Geen recht op transitievergoeding bij herplaatsing in een functie met een lager salaris

Een werknemer heeft alleen recht op een transitievergoeding bij een herplaatsing in een andere functie indien sprake is van een substantiële vermindering van de arbeidsduur en niet op grond van een teruggang in salaris. Dat heeft de Hoge Raad op 17 april bepaald naar aanleiding van gestelde prejudiciële vragen.


Herplaatsing


De zaak waar het over ging betrof een lerares op een islamitische basisschool. Na een langdurige ziekte werd door het UWV bevonden dat zij blijvend ongeschikt was voor haar eigen werk. Omdat herplaatsing in een andere functie wel mogelijk was, werd er ontslag aan haar verleend als lerares en werd zij benoemd als onderwijsassistente. Dit komt volgens de Hoge Raad neer op een herplaatsing in een andere functie.


De voormalig lerares ging hierdoor van een voltijd functie naar een functie van 80% van de arbeidsduur. Tevens ging zij hierdoor substantieel achteruit in salaris, namelijk van € 3.313,00 naar € 1.706,40 bruto per maand.


Transitievergoeding


Hierom maakte zij aanspraak op een (gedeeltelijke) transitievergoeding. In artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek staat namelijk dat een werkgever een transitievergoeding aan een werknemer moet betalen als de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt.


Nadat diverse gerechtelijke instanties hierover verschillend dachten, besloot het Gerechtshof Amsterdam hierover prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad.


De Hoge Raad overwoog dat herplaatsing in een andere functie in beginsel geen vorm van beëindiging is waarvoor de werkgever een transitievergoeding verschuldigd is, aangezien een dergelijke herplaatsing juist bedoeld is om beëindiging van de arbeidsovereenkomst te voorkomen. In de wet staat namelijk dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan opzeggen als daar een redelijke grond voor is én herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt.


Volgens de Hoge Raad geldt dat ook indien sprake is van herplaatsing in een functie met een lager salaris. Op basis hiervan heeft de voormalig lerares daarom geen recht op een transitievergoeding.


Vermindering arbeidsduur


Dat kan echter anders zijn als sprake is van een vermindering van arbeidsduur, waardoor de arbeidsovereenkomst in feite gedeeltelijk wordt beëindigd, zoals volgt uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad. Dan kan de werknemer wel recht op een transitievergoeding hebben naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidsduur. Er moet dan wel sprake zijn van een vermindering van de arbeidsduur van ten minste twintig procent, zo volgt uit deze arresten van de Hoge Raad.


Aangezien er in deze zaak sprake was van een vermindering van twintig procent van de arbeidsduur, de voormalig lerares was immers van een voltijd functie naar een functie van 80 procent gegaan, heeft zij wel recht op een transitievergoeding voor het verlies van deze arbeidsduur. De transitievergoeding betrof in dit geval € 10.227,03 bruto.


Zit je in een soortgelijke situatie en heb je juridisch advies of juridische bijstand nodig? Aarzel dan niet om contact op te nemen.


Zie ook: Het recht op ontslagvergoeding

En: Het ontslaan van werknemers in verband met het coronavirus

En: De NOW-loketten voor de vergoeding van salarissen zijn nu geopend




©2020 by LS Legal